poseren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
poseren
poseerde
geposeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

poseren [1]

  1. inergatief voor een kunstenaar model staan
  2. inergatief (figuurlijk) zich een (vaak onnatuurlijke) houding geven (om de aandacht te trekken of interessant te lijken)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen