pleiter

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plei·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pleiter pleiters
verkleinwoord pleitertje pleitertjes

Zelfstandig naamwoord

pleiter m

  1. (juridisch) (beroep) iemand die de verdachte verdedigd, de advocaat
Hyponiemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be