Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

patte v

  1. (spreektaal) been, poot [1]
  2. (spreektaal) hand
    «Bas les pattes
    Afblijven! Handen thuis! [1]

Verwijzingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • pat·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Herkomst onbekend
Naar frequentie > 50000
vervoeging
onbepaalde wijs patte
tegenwoordige tijd patter
verleden tijd pattet
patta
voltooid
deelwoord
pattet
patta
onvoltooid
deelwoord
pattende
lijdende vorm pattes
gebiedende wijs patt
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

patte

  1. onovergankelijk zuigen
Synoniemen


  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   patte     patten     patter     pattene  
genitief   pattes     pattens     patters     pattenes  

Zelfstandig naamwoord

patte, m

  1. (anatomie) speen, tepel
  2. (zoötomie) speen, tepel
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • pat·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Herkomst onbekend
vervoeging
onbepaalde wijs patte
patta
tegenwoordige tijd pattar
verleden tijd patta
voltooid
deelwoord
patta
onvoltooid
deelwoord
pattande
lijdende vorm pattast
gebiedende wijs patt
patta
patte
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

patte

  1. onovergankelijk zuigen
Synoniemen


m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   patte     patten     pattar     pattane  
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   patte     patta     patter     pattene  

Zelfstandig naamwoord

patte, m / v

  1. (anatomie) speen, tepel
  2. (zoötomie) speen, tepel
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen