opvreten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·vre·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opvreten
vrat op
opgevreten
klasse 5 volledig

Werkwoord

opvreten

  1. overgankelijk door vraat geheel verorberen
    • De beesten hadden het voer in een mum van tijd opgevreten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be