• oos·ters
  • Afgeleid van oosten met het achtervoegsel -s
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen oosters oosterser oosterst
verbogen oosterse oostersere oosterste
partitief oosters oostersers -

oosters

  1. ten oosten van de Balkan
    • De oosterse kerken werden door vele mensen gefotografeerd. 
99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]
  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be