oorlogsdaad

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·logs·daad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oorlogsdaad oorlogsdaden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oorlogsdaad v / m [1]

  1. (militair) daad van oorlog, oorlogshandeling
    • Is een digitale aanval op instanties van een ander land een oorlogsdaad? Dat is de vraag waarover zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten zich het hoofd breken 

Gangbaarheid

Verwijzingen