ontstemd

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·stemd
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontstemmen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van: ontstemmen…
verbogen vorm: ontstemde

ontstemd

  1. voltooid deelwoord van ontstemmen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ontstemd ontstemder ontstemdst
verbogen ontstemde ontstemdere ontstemdste
partitief ontstemds ontstemders -

Bijvoeglijk naamwoord

ontstemd

  1. een beetje boos
  2. niet meer zuiver gestemd
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be