noordwesten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noord·wes·ten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noordwesten -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

noordwesten o

  1. de windstreek die 45° ten westen van het noorden ligt
Antoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

noordwesten

  1. noordwesten; de windstreek die 45° ten westen van het noorden ligt


Stellingwerfs

Zelfstandig naamwoord

noordwesten

  1. noordwesten; de windstreek die 45° ten westen van het noorden ligt