nachtclub

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nacht·club
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord nachtclub nachtclubs
verkleinwoord nachtclubje nachtclubjes

Zelfstandig naamwoord

nachtclub m

  1. een uitgaansgelegenheid voor volwassenen, vaak met erotisch vermaak
    • Hij was gewend naar nachtclubs te gaan. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be