melkwol

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • melk·wol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord melkwol
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

melkwol v/m [1]

  1. garen gemaakt van caseïne
  2. wol van een lammetje dat jonger is dan 1 jaar
Synoniemen
Hyperoniemen

Gangbaarheid

43 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen