machtspositie

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • machts·po·si·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord machtspositie machtsposities
verkleinwoord machtspositietje machtspositietjes

Zelfstandig naamwoord

machtspositie v [1]

  1. (politiek) (economie) sterke positie door het beschikken over veel macht

Gangbaarheid

Verwijzingen