maaltijdsalade

Nederlands

 
maaltijdsalade
Uitspraak
Woordafbreking
  • maal·tijd·sa·la·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maaltijdsalade maaltijdsalades
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maaltijdsalade v/m

  1. (voeding) een salade die zo uitgebreid is dat ze een hoofdmaaltijd vormt
    • Nederlanders kiezen steeds meer voor gemak en voor biologische producten. Van de vers gekochte groenten is inmiddels 22% voorbewerkt. De verkoop van maaltijdsalades stijgt eveneens, maar het aandeel is met 2% van de groenteverkoop in de supermarkt nog gering.[1] 
    • Voor Ahold heeft IMA een strategie bedacht om de populaire, kant en klare maaltijdsalades aan de man te brengen. Moeders, meiden, sportieve meiden en de bewuste man gingen salades maken. De recepten lagen in de winkel, filmpjes met de recepten waren op internet te vinden.[2] 

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Telegraaf HARRY VAN GELDER 10 jan. 2018
  2. de Telegraaf EDWIN VAN DER SCHOOT 15 nov. 2017