lesauto

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·au·to
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesauto lesauto's
verkleinwoord lesautootje lesautootjes

Zelfstandig naamwoord

lesauto m

  1. (verkeer) (onderwijs) een auto waarin je autorijlessen kunt nemen, de instructeur heeft een extra rem- en ontkoppelingspedaal tot zijn beschikking.
    • Een lesauto is te herkennen door het bord met de letter L die achterop de auto zit. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be