koffiezetten

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kof·fie·zet·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
koffiezetten
zette koffie
koffiegezet
zwak -t volledig

Werkwoord

koffiezetten

  1. inergatief koffie bereiden
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
koffiezetten

koffiezetten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van koffiezetten
    • ...dat wij koffiezetten. 
    • ...dat jullie koffiezetten. 
    • ...dat zij koffiezetten. 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be