Hoofdmenu openen

WikiWoordenboek β

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knook
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Germaans, vergelijk het Limburgse knaok.
enkelvoud meervoud
naamwoord knook knoken
verkleinwoord knookje knookjes

Zelfstandig naamwoord

knook v/m

  1. een been of bot in het lichaam
  2. (gewestelijk) een kwast in hout

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
80 % van de Vlamingen.

Meer informatie