kleedster

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kleed·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kleedster kleedsters
verkleinwoord kleedstertje kleedstertjes

Zelfstandig naamwoord

kleedster v [1]

  1. (beroep) vrouw die helpt bij het kleden (bijv. bij toneelvoorstellingen)
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen