klaptafel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klap·ta·fel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klaptafel klaptafels
verkleinwoord klaptafeltje klaptafeltjes

Zelfstandig naamwoord

klaptafel v/m

  1. (meubel) tafel die men in kan klappen
    • Op de camping gebruiken we vaak formica klaptafels. 
Synoniemen
  1. vouwtafel

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be