klaarstaan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klaar·staan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
klaarstaan
stond klaar
klaargestaan
klasse 6 volledig

Werkwoord

klaarstaan

  1. absoluut gereed voor gebruik staan
    • Er stond een huurauto klaar op het vliegveld. 
  2. absoluut voor iemand ~: altijd bereid zijn iemand te helpen
    • Zij had altijd voor hem klaargestaan als hij problemen had. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be