klaarlicht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klaar·licht
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen klaarlicht
verbogen klaarlichte
partitief klaarlichts

Bijvoeglijk naamwoord

klaarlicht

  1. als het helder licht is (en dan dingen doen die 'het daglicht niet kunnen verdragen')
    • De brutale dief durfde op klaarlichte dag te roven. 
     Het is op deze klaarlichte dag in de Oranjestraat in Vroomshoop even zoeken naar de exacte plek langs het kanaal. „Het was toen een uur of drie, half vier ’s nachts. Donker dus. En we hadden wat gedronken”, vertelt Thomas Olsman.[1]

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Ron Hemmink “René (19) en Thomas (18) uit Westerhaar redden man uit kanaal: ‘Vrij normaal dat je iemand helpt’” (08-06-2020), Tubantia
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be