kinderspel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·spel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderspel kinderspellen
kinderspelen
verkleinwoord kinderspelletje kinderspelletjes

Zelfstandig naamwoord

kinderspel o

  1. een spel dat voor kinderen geschikt is en dus niet heel moeilijk kan zijn
    • Het maken van een ingewikkelde oefening op het paard was voor de ervaren turner niet meer dan kinderspel. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be