kinderclub

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·club
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderclub kinderclubs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kinderclub v / m

  1. organisatie die erop gericht is een groep jeugdigen tot een jaar of twaalf een plezierige tijdsbesteding te bieden
    1. door periodiek bijeenkomsten op een bepaalde plaats te houden
       Belinda somt haar hele vrijwilligers-cv op: de gereedschapsuitleen, de Sinterklaasactie, de kinderclub die de buurt schoonmaakt, het georganiseerd ijsvrij maken van de stoepen in de winter, het repaircafé, en in 2014 de huisbibliotheek.[1]
    2. als onderdeel van een organisatie die ook of vooral op ouderen is gericht
       Enveloppen zijn er in alle soorten en maten. Zo wil het Wereld Natuur Fonds duizenden bontgekleurde enveloppen voor zijn kinderclub.[2]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Michel Krielaars “Belinda, kampioen volksverheffing” (27 juli 2015) op nrc.nl
  2.   Weblink bron Milo van Bokkum “Zelfs de blauwe envelop verdwijnt een keer” (25 maart 2019) op nrc.nl