kinderbal


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderbal kinderballen
verkleinwoord kinderballetje kinderballetjes

Zelfstandig naamwoord

kinderbal m [1]

  1. een feest voor kinderen met muziek en dans
    • Terwijl de opbouw nog in volle gang is, schalt maandagochtend de muziek al over het Museumplein in Amsterdam. Hier wordt druk gerepeteerd voor het kinderbal op Koninginnedag. [2] 
  2. een bal speciaal geschikt voor kinderen om mee te spelen
    • Na onze lunch ga ik met Quinten tennissen. Ik heb een ton met speciale kinderballen en ik speel hem lekker een uurtje ballen aan. [3] 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen