homobar

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·mo·bar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord homobar homobars
verkleinwoord homobarretje homobarretjes

Zelfstandig naamwoord

homobar v/m

  1. (lhbt) een bar waar vooral homo's en lesbiennes komen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be