hemelhoog

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·mel·hoog
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen hemelhoog
verbogen hemelhoge
partitief hemelhoogs

Bijvoeglijk naamwoord

hemelhoog

  1. bijzonder hoog
    • De hemelhoge schuldenlast werd het lan noodlottig. 

Bijwoord

hemelhoog

  1. tot grote hoogte, in uitzonderlijke mate
    • In dat stuk werd de nieuwe compositie hemelhoog geprezen. 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be