gemompel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·mom·pel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gemompel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gemompel o [1]

  1. het voortdurend mompelen, een binnensmonds en onverstaanbaar spreken
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen