geenszins

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geens·zins
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van modaliteit: in genen dele’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • samenstelling van  geen  en  zin  met het invoegsel -s-  met het achtervoegsel -s

Bijwoord

geenszins

  1. op geen enkele wijze
Verwante begrippen
  • in geen geval
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen