espressobar

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • es·pres·so·bar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord espressobar espressobars
verkleinwoord espressobarretje espressobarretjes

Zelfstandig naamwoord

espressobar v/m

  1. koffiehuis, koffiebar, coffeeshop (maar daar wordt tegenwoordig meer een gelegenheid mee bedoeld waar men softdrugs kan kopen)
    • In Italië ziet men op heel veel plaatsen een espressobar. 
    • In een espressobar drinkt men meestal staande zijn koffie. 

Gangbaarheid