erewacht

Nederlands

 
erewacht in Rusland 2011
Uitspraak
Woordafbreking
  • ere·wacht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord erewacht erewachten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

erewacht v/m [1]

  1. een groep mensen die eerbiedig op een rij stilstaan als eerbewijs voor iets of iemand
    • In de ochtend inspecteerden Albert, zijn zussen en Charlène de erewacht voor het paleis. Daarna vertrok de hele familie naar de kerk voor de traditionele mis. Later op de dag keken Albert, Charlène en de bijna drie jaar oude prins Jacques en prinses Gabriella vanaf het balkon van het paleis toe hoe de militaire parade voorbij trok.[2] 
    • In de eindeloos lijkende rij staat een breed palet aan Amsterdammers, zoals hoogopgeleide Amsterdammers, acteurs zoals Jeroen Krabbé, maar ook medewerkers van de gemeentelijke reinigingsdienst. Rond de kist staat een erewacht, die elk half uur wordt afgewisseld door Amsterdammers uit alle gelederen van de samenleving.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 19 nov. 2017
  3. de Telegraaf MIKE MULLER 13 okt. 2017
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be