er niet aan uit kunnen

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: aankunnener niet aan kunnen


  • er niet aan uit kun·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
er niet aan uit kunnen
kon er niet aan uit
er niet aan uit gekund
zwak -d

onregelmatig

volledig

er niet aan uit kunnen

  1. absoluut niet begrijpen, geen begrip hebben voor
     Ik ben zelf vader van twee jonge kinderen en ik kan er niet aan uit wat zulke mensen - vaders en moeders - bezielt.[2]
     Francine is ziedend. Zij kan er niet aan uit dat het probleem van de processierupsen in het gemeentehuis afgedaan wordt met een laconiek ‘we zien volgende week wel’.[3]
  • er niet over uit kunnen
  1. Ludo Permentier & Rik Schutz
    “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, p. 47 kol. 2
  2. web in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, p. 47 kol. 2
  3. Gazet van Antwerpen in:
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, p. 47 kol. 2