Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ent enten
verkleinwoord entje entjes

Zelfstandig naamwoord

ent v / m [2]

  1. (plantkunde) tak, zodanig op een plant gehecht dat ze daarop verder kan groeien
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
enten

ent

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van enten
  2. gebiedende wijs van enten

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen