eetmaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·maal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eetmaal eetmalen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eetmaal o

  1. vrij formele bijeenkomst waarbij men een gezamelijke maaltijd nuttigt
    • Wij kregen een eetmaal aangeboden ter gelegenheid van de huwelijksverjaardag. 
Synoniemen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be