doopnaam

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doop·naam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doopnaam doopnamen
verkleinwoord doopnaampje doopnaampjes

Zelfstandig naamwoord

doopnaam m

  1. de voornaam die een kind krijgt bij de doop. Deze naam kan afwijken van de naam die bij de burgerlijke stand wordt aangegeven en ook van de roepnaam
    • Katholieken hebben meerdere doopnamen, Maria is ook bij mannen vaak één van de doopnamen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be