Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Cupido

Nederlands

 
twee cupidootjes
Uitspraak
Woordafbreking
  • cu·pi·do
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn
enkelvoud meervoud
naamwoord cupido cupido's
verkleinwoord cupidootje cupidootjes

Zelfstandig naamwoord

cupido m

  1. voorstelling van mythologische hulpje van de god van de liefde (Cupido, ook wel Amor) als een bloot, vlezig knaapje met pijl en boog
    • Een ander kunstwerk waarop aan plas een bijzondere kracht wordt toegedicht, is Lorenzo Lotto's beroemde huwelijksportret Venus en Amor (ca. 1525) uit het Metropolitan Museum in New York. Een goedlachse, maar groteske cupido schiet hierop een in druppeltjes uiteenvallende straal urine door een door Venus omhooggehouden krans van mirretakjes, een money shot dat hier vruchtbaarheid symboliseert.[1] 
  2. (figuurlijk) minnaar
    • De helft van alle cupido’s koopt iets van chocola voor zijn of haar beminde. Gelukkig voor hen is dat, door de instortende cacaoprijzen, juist 0,2% goedkoper geworden.[2] 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. De Volkskrant Stefan Kuiper 21 december 2017 De kunstgeschiedenis blijkt een parade van plassende figuren
  2. de Telegraaf 14 feb. 2018 Forse prijsstijgingen voor romantici
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be