• cross·cul·tu·reel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen crosscultureel crosscultureler crosscultureelst
verbogen crossculturele crossculturelere crosscultureelste
partitief crosscultureels crossculturelers -

crosscultureel

  1. met elementen van verschillende culturen
     De demonstratie moet een stil protest worden. Deelnemers krijgen het verzoek niet te schreeuwen of roepen en zelf geen posters, spandoeken of flyers mee te nemen. Tijdens het protest zullen verschillende uitgesproken tegenstanders van het boerkaverbod het woord krijgen, onder wie antropoloog Martijn de Koning, hoogleraar moslimsamenlevingen Annelies Moors, hoogleraar crosscultureel recht Tom Zwart en Ibtissam Abaaziz van meldpunt Meld Islamofobie.[2]
  1. crosscultureel op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron “Niqabs uitgedeeld bij demonstratie in Den Haag tegen boerkaverbod” (07-08-2019), Tubantia