• bruids·nacht
enkelvoud meervoud
naamwoord bruidsnacht bruidsnachten
verkleinwoord

de bruidsnachtm

  1. de eerste nacht na de voltrekking van het huwelijk
    • Vijftig dochters had de Griekse koning Danaos, van wie er 49 in de Onderwereld een bodemloos vat moesten vullen, omdat ze in de bruidsnacht hun eega’s - tevens hun neven - vermoord hadden....[1] 
    • In 'Bruidsnacht'wordt verteld hoe de intelligente Shuria, uitgehuwelijkt aan een verre verwant, haar bruiloft beleeft. Maagd is zij niet meer, en zij heeft haar voorzorgsmaatregelen genomen om tijdens de bruidsnacht te kunnen bloeden. Met een gevoel van schuld, maar ook overtuigd van de noodzaak van haar bedrog, speelt zij de verlegen bruid voor haar onervaren echtgenoot.[2] 
  1. Volkskrant Frits van der Waa 26 augustus 2006,
  2. Volkskrant Clara Strijbosch 10 februari 2006