bovengenoemd

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·ge·noemd
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen bovengenoemd
verbogen bovengenoemde
partitief bovengenoemds

Bijvoeglijk naamwoord

bovengenoemd

  1. verwijzend naar iets wat eerder in dezelfde tekst genoemd was
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be