bosrand

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·rand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bosrand bosranden
verkleinwoord bosrandje bosrandjes

Zelfstandig naamwoord

bosrand m

  1. de overgang tussen een open terrein en een bosgebied
    • Een bosrand bestaat idealiter uit een zoom en een mantel. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be