• bood·schap·pen

de boodschappenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boodschap
     Zonder de pillen kon ze niet verder, terwijl die troep in haar lichaam ook geen uitkomst bood. Ze slikte ze, net zoals ze haar tanden poetste, dagelijks een douche nam en de boodschappen bij de deur afrekende.[1]


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
boodschappen
boodschapte
geboodschapt
zwak -t volledig

boodschappen

  1. overgankelijk, (verouderd) door middel van een boodschap overbrengen
    • Helaas, zij vermoedde niet, deze vrouw, dat het biljet hetwelk de overwinning boodschapte, in later tijd een doodvonnis zou blijken te zijn![2] 
99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]
  1. All-inclusive”   (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht  , ISBN 90-229-9182-2
  2. Bungener, F. Lincoln: zijn leven, werk, en dood (1866)
  3.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be