boekenliefhebber
  • boe·ken·lief·heb·ber
enkelvoud meervoud
naamwoord boekenliefhebber boekenliefhebbers
verkleinwoord

de boekenliefhebberm

  1. liefhebber van oude en zeldzame boeken
     "Als marinier en boekenliefhebber kan je land trots op je zijn", zegt directeur Susan Currie van de bieb. "Je was de beste ambassadeur die een bibliotheek zich kan wensen."[2]
     Het is een omgeving waar Böhtlingk zich wel bij voelt. Muziek en literatuur, dat is waar hij van houdt. Dochter Marijke herinnert zich de liefde van haar vader voor het boek. Eduard, de kleinzoon van Constant, filmt haar als ze er in 2009 over vertelt, alsof ze zichzelf weer ziet lopen aan de hand van haar vader, naar het beroemde antiquariaat van Salomon Israël in de binnenstad van Arnhem. Daar spelen zij en haar broertje op de winkelvloer, terwijl vader, met de gretigheid een boekenliefhebber eigen, door de kasten gaat.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron “ (Vrijdag 20 januari 2017, 16:44), Wikipedia
  3.   Weblink bron “De notaris die zich wél verzette” (Zaterdag 26 november 2016, 18:05), NOS