Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: bokвоск, Bock
1. Een glas bock naast een flesje bock.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bock
enkelvoud meervoud
naamwoord bock bocken
verkleinwoord - -
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bock m / o

  1. (drinken) zwaar, wat zoeter smakend bier, met een donkere kleur
     Nog steeds zit deze bock in de standaard Nederlandse bierfles die in 1986 geïntroduceerd is.[1]
     Over Bavaria was ik weer tevreden, het bock van Hertog Jan smaakte me prima.[2]
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
16 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie Henri Reuchlin “Bock in beweging” (30 september 2017) op nederlandsebiercultuur.nl
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie Paul “La Chouffe Bok 6666… (flikken die Belgen het weer!)” (23 november 2010) op ministerieetenendrinken.nl
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Engels

enkelvoud meervoud
bock bocks

Zelfstandig naamwoord

bock

  1. bockbier