bitsheid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bits·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van bits met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord bitsheid bitsheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bitsheid v

  1. het bits zijn of zo overkomen
    • De bitsheid van die vrouw irriteert veel mensen. 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be