bataljon

De prins van Oranje aan het hoofd van het vijfde bataljon bij Quatre Bras

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·tal·jon
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘troepeneenheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1592 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord bataljon bataljons
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bataljon o

  1. een legereenheid die zelfstandig kan opereren en afhankelijk van haar opdracht en niveau van operationaliteit uit 400 tot 2000 militairen bestaat
    • De prins van Oranje, die later Koning Willem II zou worden, vocht aan het hoofd van het vijfde bataljon bij Quatre Bras. 
  2. (figuurlijk) een groot aantal
     Waarom gooien ze er dan geen bataljon advocaten tegenaan?[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen