Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·kar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord askar askarren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

askar v/m [1]

  1. wagen waarmee men huisvuil ophaalt
  2. wagen van slechte kwaliteit
Synoniemen

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
34 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen