armwezen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • arm·we·zen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord armwezen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

armwezen o [1]

  1. de toestand van arme mensen
  2. alles wat betrekking heeft op arme mensen
Synoniemen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
41 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen