• an·ti·fra·se
enkelvoud meervoud
naamwoord antifrase -
verkleinwoord - -

de antifrasev

  1. (letterkunde) stijlfiguur waarbij door middel van een woord of zinsdeel iets wordt uitgedrukt waarvan de gevoelswaarde min of meer tegengesteld is aan datgene wat net daarvoor is gezegd, meestal om een ironisch effect te bereiken of als eufemisme