• an·lo·cken
  • Afleiding van het Duitse werkwoord locken met het voorvoegsel an-
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
anlocken
lockte an
(hat) angelockt
zwak volledig scheidbaar

anlocken

  1. overgankelijk aanlokken, aantrekken, bekoren, lokken
    «Das Bergsandglöckchen ist ein üppiger BlüherVielfalt mit kugelförmigen Blütenköpfen, die viele Bienen anlocken
    Het zandblauwtje is een uitbundige bloeier met bolvormige bloemhoofden die veel bijen aanlokken.