aardbeiencoulis

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aard·bei·en·cou·lis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aardbeiencoulis
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aardbeiencoulis v/m

  1. een vrije dikke saus van aardbeien

Gangbaarheid