aanprijzen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·prij·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanprijzen
prees aan
aangeprezen
klasse 1 volledig

Werkwoord

aanprijzen

  1. overgankelijk door prijzen aanbevelen, zeggen dat iets of iemand heel goed is
    • De nieuwe werkneemster werd door haar directe chef hemelhoog aangeprezen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be