Broblem

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Bro·blem
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Broblem es Broblem Brobleme die Brobleme
datief me Broblem em Broblem Brobleme de Brobleme
accusatief en Broblem es Broblem Brobleme die Brobleme
  1. «Sell iss en Broblem as viel Acht griege muss.»
    Dit is een probleem dat veel aandacht moet krijgen.

Zelfstandig naamwoord

Broblem, o

  1. probleem
Schrijfwijzen
Opmerkingen