zuurstofmasker

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuur·stof·mas·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zuurstofmasker zuurstofmaskers
verkleinwoord zuurstofmaskertje zuurstofmaskertjes

Zelfstandig naamwoord

zuurstofmasker o

  1. een masker om bij iemand zuurstof toe te dienen.
    • De arts plaatste het zuurstofmasker op het gezicht van de patiënt. 

Meer informatie

Gangbaarheid